SPOILER
‘Het zijn altijd vrouwen die afgemaakt worden’
Gilles De Coster (37), de eeuwige sfinx in het populairste programma van het moment, ontmaskert zondag de mol. Op een Antwerps terras kiepert hij een stevige portie cafeïne achterover. Hij is moe maar tevreden. ‘Ik kan nergens vertrekken voor de storm gaan liggen is en de wind in de zeilen zit.’
De avond voor dit interview heeft de Amerikaanse president Donald Trump het nucleaire akkoord met Iran opgeblazen. Zou Gilles De Coster, ooit zeven jaar lang eersteklas Radio 1-journalist, de hele avond CNN hebben zitten kijken, bedenk ik terwijl ik dit interview voorbereid. Als De Coster in een Antwerpse koffiebar een flat white bestelt – nee geen cocktail, maar een cappuccino met een dubbele espresso – heb ik de vraag over Iran op mijn blad alweer doorstreept. Want De Coster heeft de avond voordien in een studio in Vilvoorde doorgebracht. Het was al ver na elven als hij voor Sports Late Night de samenvatting van enkele voetbalwedstrijden uit play-off 2 inleidde. Pas op de radio op weg naar huis hoorde hij dankzij BBC World alles over Iran wat hij wilde weten.
Drie flat whites zal hij in de loop van dit gesprek bestellen. Bij de derde krijgt hij een waarschuwing van de serveerster. ‘Nou moet je wel oppassen, dat zijn zés espresso’s. Dat is veel cafeïne’, zegt ze. Het is de laatste, belooft hij.
Het is druk in De Costers leven. ‘Alles komt nu even samen’, zegt hij. ‘Het voetbalseizoen gaat naar zijn finale, De mol ook. Er zijn veel dingen die nu om mijn aandacht schreeuwen. Dat gaat ten koste van mijn slaap, ja, maar over twee weken is dat weer voorbij. Dus ik kan het wel hebben.’
Is die finale van ‘De mol’ niet al helemaal ingeblikt?
‘Jawel, maar we blijven aan de montage schaven tot het echt niet meer kan. Ik zit niet in de montagekamer, maar we bekijken elke aflevering van De mol zo’n vijftien keer voor ze de deur uit mag. En elke keer zien we nog foutjes of details die beter kunnen. Het moet perfect zijn, want het is een programma dat door sommigen frame per frame bekeken wordt. Dat is een mondige groep die erg actief is op sociale media. We kunnen het ons niet permitteren om er slordig mee om te gaan. Tegelijkertijd zit dat obsessief perfectionisme in de aard van iedereen in de ploeg – en van het bedrijf waar ik voor werk.’
‘De mol’ was al een legendarisch programma toen jij drie jaar geleden de presentatie voor je rekening nam. Kan je het intussen al een beetje als jouw programma zien?
‘Neen, het voelt niet als mijn programma. De presentator is niet bepalend voor De mol. Oké, ik doe meer, ik schrijf ook mee scenario’s, bereid mee voor, doe visies, maar ik ben deel van een hele ploeg. De mol overstijgt zijn eigenaar, bedenker of uitvoerder. Trouwens, dit programma zal even goed werken als er morgen een andere idioot streng kijkend zijn armen voor de camera’s moeten kruisen. Dat vind ik een mooie gedachte, een geruststelling. Ik heb het niet in mij om een heel programma aan mezelf op te hangen. Ik kan niets dat dat zou verantwoorden. Karen maakt een plaat voor de camera’s, omdat ze een zangeres is. Bartel Van Riet gaat kamperen op de poolvlakte omdat dat in hem zit.’
Toch ben je erg betrokken. Onlangs kaartte je op Radio 1 aan dat krantenwebsites te gemakkelijk artikels puurden uit negatieve tweets over kandidaten van realityprogramma’s. Uit bezorgdheid, zei je toen.
‘Bij het begin van De mol zat ik bij De bende van Annemie. De heisa rond Marjolein uit Blind getrouwd draaide op volle toeren. Op Twitter kreeg zij veel kritiek, vaak echt vuile opmerkingen, over haar heen. Krantenwebsites goten die tweets in artikels. Daar stoorde ik me enorm aan. Dat er op sociale media gretig op tv-figuren gehakt wordt, is niet nieuw. Maar als een gezagsdragend medium die scheetjes begint over te nemen, winnen ze aan belang. Een krant werpt nu eenmaal meer gewicht in de schaal dan een twitteraar of een comment op Facebook. Op sociale media verzuipt de allerhardste kritiek tussen al de rest. Als een site van een krant al die tweets samenbrengt, lijkt dat de heersende teneur. Dan neem je het voor waar aan. We kunnen zeggen dat de media aan gezag verliezen, maar dat is niet zo. Die onzin komt veel harder binnen als ze op krantensites staat. Ik heb het zien gebeuren bij deelnemers van De mol.’
Ligt de verantwoordelijkheid niet in eerste instantie bij de programmamakers?
‘Ja, en wij gaan heel zorgzaam met onze kandidaten om. Er is een periode geweest waarin het gangbaar was om mensen die aan realityprogramma’s deelnamen als pasmunt te gebruiken. Ze moesten voor goede kijkcijfers zorgen – wat er verder mee gebeurde, kon niemand iets schelen. Dat is niet hoe Woestijnvis het doet, evenmin als een pak andere productiehuizen trouwens.’
‘Ik zit er oprecht mee in als een kandidaat van De mol online hard aangepakt wordt. En ik vraag me altijd eerst af of we zelf een fout gemaakt hebben en of we niet te streng gemonteerd hebben. Neem nu Cathy uit de vierde reeks. Dat was een ongelooflijk toffe madam, maar ze speelde het spel slim en hard. Toen we terugkwamen van Argentinië, dacht ik: we hebben een fijne kandidate als winnares. We waren toen drie weken 24 uur per dag samen geweest, ik had haar leren kennen. Bij de uitzending ontstaat dan een dynamiek die je niet kan voorzien. Ik denk nog altijd niet dat we te eenzijdig gemonteerd hebben, en bij Annelies vorig jaar ook niet. Annelies heeft het zo hard te verduren gekregen, dat ik net voor de uitzending van de finale een opiniestuk geschreven heb. Ik was zo kwaad. Uiteindelijk heb ik het niet naar de kranten gestuurd. Het zou toch niets uitgehaald hebben en ik wilde dat de focus op het spel zou blijven liggen. Ach, ik weet ook niet of ik met mijn oproep bij De bende van Annemie een steen verlegd heb. Ik weet wel dat ik heel blij ben dat de drie finalisten superpopulair zijn, geen bagger dit keer.’
Heb je daar een verklaring voor?
‘Neen, al valt het wel op dat er in de finale enkel mannen zitten. Ik kan alleen maar vaststellen dat het altijd vrouwen zijn die afgemaakt worden. Dat was al bij Linda De Win in De slimste mens destijds zo. Mijn – overigens geheel amateuristische – verklaring daarvoor is dat luidste twitteraars nog altijd hoofdzakelijk mannen zijn. En er zijn jammer genoeg nog heel wat mannen die niet overweg kunnen met vrouwen die een groot bakkes hebben. Of vrouwen die het goed doen. Of die persoonlijkheid tonen.’
Nochtans heb jij het ook ervaren toen je bij ‘De ochtend’ op Radio 1 begon. Is dat ook een van de redenen waarom je er zo nu hevig op reageert?
‘Misschien. Ik was 25 en, eerlijk gezegd, even onvoorbereid als die kandidaten nu. Siegfried Bracke (de toenmalige hoofdredacteur, red.) had me voorzichtig gewaarschuwd dat er reactie kon komen. Maar dat had ik echt niet verwacht. Ik heb echt kletsen gekregen. Mensen scholden me uit voor onnozelaar, terwijl ik gewoon mijn job probeerde te doen. Ik kreeg mails waarin stond: “ga terug naar de kantine van de VRT om worsten te bakken, jongen!” Intussen kan ik het perfect plaatsen, maar toen echt niet.’
‘In eerste instantie ben ik heel hard aan mezelf gaan twijfelen. Daardoor functioneerde ik vaak niet optimaal. Dan kreeg ik op maandag een vuile mail van iemand die me uitschold omdat hij vond dat ik me voortdurend versprak. En hop, op dinsdagochtend om halfzeven versprak ik me meteen bij het lezen van het eerste krantenoverzicht. Dan verlamde ik. Ach, de enige manier voor mij is om, kop in kas, door te gaan. Wat ook geholpen heeft, is dat Lisbeth (Imbo, red.) en ik anderhalf jaar later zogezegd het beste waren wat Radio 1 ooit overkomen was. Dat sloeg op niets. Sindsdien leg ik alle extreme kritiek naast me neer. Zowel de extreem positieve feedback als de extreem negatieve: het betekent niets.’
Heeft het je ook stiekem niet een beetje gemotiveerd?
‘Ik denk het wel. Na enkele weken dacht ik: iedereen kan mijn rug op. Ik blijf dit doen en we gaan dit goed krijgen. Punt. Het is geen rancune, maar tegen iets vechten helpt om iets te bereiken. Ik wil mijn gram halen. Ik kan nergens vertrekken voor de storm gaan liggen is en de wind in de zeilen zit. Ook bij De kruitfabriek lukten de dingen niet zoals we gepland hadden. De gemakkelijkste weg is dan op te geven. Dat doe ik niet. Achteraf gezien ben ik blij dat ik ben blijven knokken toen. Nu heb ik drie vaste projecten waar ik heel tevreden over ben: het voetbal, De mol en Strafpleiters.’
Mis je de journalistiek niet?
‘Ik heb geen spijt van mijn professionele keuzes. Ik ben op dit moment rücksichtslos tevreden. Maar soms mis ik de journalistiek, ja. Vooral bij grote evenementen. Vorige week zat ik in De zevende dag met Phara, Xavier en Johan Van Overtvelt en voelde ik het kriebelen. Ik volg de actualiteit nog altijd op de voet. Sinds twee jaar heb ik DAB-radio in de auto en kan ik naar BBC World luisteren. Dat is echte talk-radio. Het is de max.’
‘Ik volg vooral de internationale politiek, de Belgische politiek boeit me minder. Er zit weinig dynamiek in. Er is nog altijd geen echte uitdager voor de grootste partij van het land. Dat is oké, maar het wordt pas weer interessant als de verhoudingen gaan schuiven.’
Van de Belgische politiek naar het heersende cynisme is geen grote stap. Ik las dat je een afkeer hebt van cynisme.
‘Ik vind cynisme de beste vorm van humor. Het is beter een goeie cynische grap te maken over de treinen die niet op tijd zijn dan er voortdurend over te lopen zeuren. Maar cynisme als levenshouding vind ik fout. Cynisme is uitgevonden door iemand die net van tafel kwam en goed gegeten had. Het is de heersende kracht geworden in ons rijke landje omdat al onze basisbehoeftes meer dan rijkelijk ingevuld zijn. Ik kan me ergeren aan mensen die zeiken dat we in een apenland leven. Dat is onzin, cynische onzin. Reis één keer naar eender waar en je weet dat we hier niet moeten zagen.’
Is dat de reden waarom jij zoveel verre reizen maakt?
‘Reizen past in mijn levensfilosofie. Het helpt om alles te relativeren. Echt wel. Toen ik terugreisde uit Delhi was het laatste beeld dat ik zag voor ik op het vliegtuig stapte een klein kind dat in de goot zat te bedelen. Het eerste wat ik hoorde toen ik in Schiphol aankwam, was iemand die stevig vloekte dat de 3G wééral niet werkte. That pretty much sums it up. Reizen helpt me om gezonder in het leven te staan. En alles waar we graag over zeuren weer even relativeren.’
In alle interviews preek je de kunst van het relativeren.
‘Ik vind dat het belangrijkste wat er is. Tegelijk ben ik wereldkampioen piekeren. I don’t practice what I preach. Ik kan tot vier uur ’s morgens liggen piekeren. Reizen helpt daartegen, maar ik reis ook graag omdat het mijn blik verruimt. Ik besef dat hoe wij hier alles aanpakken één manier is, maar niet dé manier. Of dat zelfs moslimlanden tof kunnen zijn. Dat schrikbeeld dat hier bestaat, temper ik dan door naar zo’n land te reizen. Al zeg ik niet dat er geen problemen zijn. Maar het is genuanceerder dan “wegkijkende Gutmensch” tegenover “bange blanke man”.
Waarover lig je dan zoal in je bed te piekeren?
‘Over alles. Ik pieker voortdurend, het stopt nooit. Ik ben rusteloos. De eerste maanden bij Woestijnvis, met De kruitfabriek, heb ik heel vaak wakker gelegen, bijvoorbeeld. Het ging niet zoals ik gedacht had. Had ik niets waardevols weggegooid? Achteraf is het gemakkelijk om te zeggen dat het wel goedkomt. Dat op het moment zelf beseffen is onmogelijk. Als je twijfelt, dan twijfel je. Instant-antwoorden bestaan niet in de wereld van piekeraars.’
In welke periode in je leven was je het gelukkigst?
‘Geen idee. Professioneel ongetwijfeld deze. Ik voel me ten volle benut in mijn mogelijkheden. Ken je dat Franse woord épanoui?’
Met zijn flat white in de hand zoekt hij naar een juiste Nederlandse vertaling voor épanoui. Achteraf suggereert het woordenboek ‘opengebloeid’. Misschien is ‘goed op dreef’ wel een goede omschrijving. Professioneel gezien gaat het De Coster voor de wind. Maar om echt gelukkig te zijn staat zijn privéleven nog in de weg. En daar wil hij het sinds zijn breuk met Linde Merckpoel in publiek niet meer over hebben. ‘Geluk laat zich niet afrekenen. Het laat zich niet kwantificeren.’ En dan, glimlachend: ‘Mag ik mijn joker inzetten?’ Zijn geluk is privé en daar ligt de lijn die we voor dit interview op voorhand vastgelegd hebben.
Hij worstelt ermee: hoeveel van zichzelf maakt hij publiek en hoeveel kan hij voor zich houden? ‘Je kan niet keihard hopen dat er zo veel mogelijk mensen naar je programma kijken en dan zagen dat mensen je herkennen. Liefst houd ik een groot deel voor mezelf’, zegt hij. ‘Als ik iets op Instagram post, denk ik elke keer weer: is dat nu wel interessant genoeg, De Coster? Niemand op sociale media stelt zich die vraag nog. Ik wel, en nu zit ik je hier te vertellen wanneer ik het gelukkigst was. Bekendheid is een bevreemdend hybride gegeven. Het deel van je persoonlijkheid dat publiek is, is niet per se wie je bent. Ik probeer er niet te veel over na te denken, maar als ik echt eerlijk ben, zou ik graag afwillen van het idee dat ik enkel ernstig, slim en belezen ben. Dat klopt niet. Ik kan minstens even goed zeveren.’
Je wilt een groot deel voor jezelf houden, zeg je. Heeft dat te maken met die breuk?
‘Er is niets zo absurd als moeten communiceren over je relatiebreuk. Dat is niet fijn. Ik wens het niemand toe. Als stel hebben we nooit de spotlights opgezocht en dan moet je plots op het moeilijkste moment wél publiek gaan. Dus ja, het heeft me wel voorzichtiger gemaakt.’
Er zijn twee mensen die je niet vertrouwt, heb je weleens gezegd. Mensen die geen leed hebben gekend en mensen die geen vijanden hebben.
‘Dat is een quote van Hugo Camps die ik fantastisch vind. Het is wat overtrokken, maar het klopt. Mensen die in het leven kletsen hebben gekregen, zijn interessanter. Een pleaser zonder vijanden boeit me minder dan iemand die voor zijn eigen mening durft uit te komen. Vroeger had ik de neiging om mensen niet voor de borst te stoten. Die neiging verdwijnt. Ik wil liever ergens voor staan. Er waren mensen die mijn pleidooi tegen Twitterjournalistiek onzin vonden. Dat mag, maar ik geloof erin, ik sta daar voor wat ik gezegd heb. Wat ik daarstraks zei over reizen? En dat het een goede manier is om te beseffen en erkennen dat wij het goed hebben? Dat zou ik vroeger niet zo gemakkelijk gezegd hebben uit schrik voor reacties, maar het is wel iets waar ik voor wil staan. Iedereen mag dat onzin vinden. Ik niet. Voilà.’